Note 36 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Toen Tasmania (Van Diemen’s Land) pas werd gekoloniseerd, werd het aantal inboorlingen ruwweg geschat door sommigen op 7000, door anderen op 20000. Dit aantal werd spoedig veel kleiner, voornamelijk door het vechten met de Engelschen en met elkander. Toen na de beruchte jacht door al de kolonisten, de overblijvende inboorlingen zich aan de regeering overgaven, bestonden zij slechts uit 120 individu’s36 die in 1832 naar Flinders Eiland werden overgebracht. Dit eiland, tusschen Tasmania en Nieuw-Holland gelegen, is veertig mijlen lang en van twaalf tot achttien mijlen breed; het schijnt er gezond en de inboorlingen werden goed behandeld. Toch leed hun gezondheid zeer veel. In 1834 bestonden zij (Bonwick, blz. 250) uit zeven-en-veertig volwassen mannen, acht-en-veertig volwassen vrouwen en zestien kinderen, of te zamen uit 111 zielen. In 1835 bleven er nog maar 100 over. Daar zij bij voortduring snel in aantal verminderden en zelven dachten dat zij elders niet zoo snel zouden uitsterven, werden zij in 1847 naar Oyster-Cove in zuidelijk Tasmania overgebracht. Daar bestonden zij toen (20 Dec. 1847) uit veertien mannen, twee-en-twintig vrouwen en tien kinderen.37 De verandering van woonplaats deed echter geen goed. Ziekte en dood vervolgden hen bij voortduring, en in 1864 waren er nog slechts één man (die in 1869 stierf) en drie eenigszins bejaarde vrouwen over. De onvruchtbaarheid der vrouwen is een feit zelfs nog merkwaardiger dan haar vatbaarheid voor ziekte en dood. Ten tijde, dat er nog slechts negen vrouwen te Oyster-Cove leefden, verhaalden deze aan den heer Bonwick, dat slechts twee van haar ooit kinderen hadden gehad, en deze beiden samen hadden slechts drie kinderen voortgebracht.