Note 92 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Dr. Coulter zegt („Journal R. Geograph. Soc.” 1835, vol. V, blz. 67), den toestand van Californië omstreeks het jaar 1830 beschrijvende, dat de inboorlingen die door de Spaansche zendelingen waren bekeerd, bijna allen zijn omgekomen of omkomen, hoewel zij goed behandeld en niet uit hun geboorteland verdreven worden, en men hen belet alcoholische dranken te gebruiken. Hij schrijft dit voor een groot deel toe aan het ontwijfelbare feit, dat de mannen de vrouwen aanmerkelijk in aantal overtreffen, maar hij weet niet, of dit komt, omdat er minder meisjes worden geboren, of omdat meer meisjes in haar prille jeugd sterven. Het laatste is volgens alle analogie zeer onwaarschijnlijk. Hij voegt er bij, dat „eigenlijk gezegde kindermoord niet algemeen is, ofschoon men zeer dikwijls zijn toevlucht neemt tot abortie.” Indien Dr. Coulter gelijk heeft omtrent kindermoord, kan dit geval niet tot ondersteuning van kolonel Marshall’s meening worden aangehaald. Wegens de snelle afneming van de bekeerde inboorlingen mogen wij vermoeden, dat, evenals in de vroeger medegedeelde gevallen, hun vruchtbaarheid is verminderd wegens verandering der levensvoorwaarden.
Ik had gehoopt eenig licht te verkrijgen omtrent dit onderwerp uit het fokken van honden, in zoover als bij de meeste rassen, uitgezonderd misschien bij windhonden, meer jonge teven dan reuen worden gedood, gelijk bij de kinderen der Toda’s. De heer Cupples verzekert mij, dat dit gewoonlijk geschiedt bij de Schotsche hertenhonden. Ongelukkig weet ik niets omtrent de getalsverhouding tusschen de seksen bij eenig ras, met uitzondering der windhonden, en bij deze laatste staat het aantal reuen dat wordt geboren, tot het aantal teven als 110.1 tot 100. Nu schijnt het volgens navraag bij vele fokkers gedaan, dat de teven in sommige opzichten hooger worden geschat, hoewel zij in andere opzichten lastig zijn; en het blijkt niet, dat de jonggeboren teven van de beste hondenrassen die worden gefokt, stelselmatig in grooter aantal worden gedood dan de reuen, hoewel dit soms in beperkte mate plaats grijpt. Ik ben daarom niet in staat te beslissen, of wij volgens de bovenvermelde beginselen de overmaat van mannelijke geboorten bij windhonden kunnen verklaren. Van den anderen kant hebben wij gezien, dat bij paarden, runderen en schapen, die te kostbaar zijn om de jongen van een van beide seksen te dooden, als er eenig verschil is, de vrouwelijke sekse eenigszins talrijker is. ↑