← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 78 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Met betrekking tot de andere orden van Insekten heb ik slechts zeer weinige betrouwbare mededeelingen kunnen verzamelen. Bij het vliegend hert (Lucanus Cervus) „schijnen de mannetjes veel talrijker te zijn dan de wijfjes”; maar wanneer zich, gelijk Cornelius in 1867 opmerkte, een ongewoon aantal van deze kevers in één gedeelte van Duitschland vertoonde, schenen de wijfjes de mannetjes in aantal te overtreffen in de verhouding van zes tot één. Bij een der Springkevers (Elateridae) zegt men, dat de mannetjes veel talrijker zijn dan de wijfjes, en men vindt er dikwijls twee of drie met één wijfje vereenigd78, zoodat hier veelmannigheid (polyandrie) schijnt te heerschen. Bij Siagonium (tot de Kortschilden, Staphylinidae, behoorende), waarbij de mannetjes van horens voorzien zijn, „zijn de wijfjes verreweg talrijker dan de andere sekse.” De heer Janson getuigde in de Engelsche Entomologische Vereeniging, dat de wijfjes van den zich met boomschors voedenden Tomicus villosus zoo algemeen zijn, dat zij een plaag zijn, terwijl de mannetjes zoo zeldzaam zijn, dat men ze nauwelijks kent.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings