Note 76 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De heer Doubleday heeft mijn aandacht gevestigd op Dr. Staudinger’s lijst van Schubvleugeligen (Lepidoptera)76, waarop de prijs voorkomt van de mannetjes en wijfjes van 300 soorten of goed uitgedrukte verscheidenheden van dagvlinders (Rhopalocera). De prijzen voor beide seksen van de zeer algemeene soorten zijn natuurlijk de zelfde, maar bij 113 der meer zeldzame soorten verschillen zij, en daarbij is het mannetje, op ééne uitzondering na, het goedkoopst. Bij de 113 soorten staat de prijs van het mannetje tot dien van het wijfje gemiddeld als 100 tot 149; en deze prijs schijnt aan te toonen, dat omgekeerd de mannetjes de wijfjes in de zelfde verhouding in aantal overtreffen. Ongeveer 2000 soorten of verscheidenheden van avond- en nachtvlinders (Heterocera) zijn gecatalogiseerd, waarbij die met vleugellooze wijfjes hier worden uitgesloten wegens de verschillende levenswijze der seksen; van 2000 soorten verschillen 141 in prijs volgens de sekse, daar van 130 de mannetjes goedkooper en slechts van 11 de mannetjes duurder zijn dan de wijfjes. De prijs van de mannetjes der 130 soorten staat gemiddeld tot dien van de wijfjes als 100 tot 143. Ten opzichte van de kapellen op deze prijslijst denkt de heer Doubleday (en niemand in Engeland heeft meer ondervinding gehad), dat er niets in de levenswijze der soorten is, dat rekenschap kan geven van het verschil in prijs tusschen de beide seksen, en dat men het alleen kan verklaren, doordat zijn verzamelaars een grooter aantal mannetjes dan wijfjes vangen en derhalve de eerste lager in prijs zijn. Ten opzichte van uit de rups opgekweekte voorwerpen gelooft Dr. Staudinger, gelijk vroeger is vermeld, dat in gevangen staat een grooter aantal van de wijfjes dan van de mannetjes in de pop sterven. Hij voegt er bij, dat bij zekere soorten de eene sekse gedurende zekere jaren de overhand schijnt te hebben boven de mannetjes.