← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 68 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ten opzichte van Kapellen in den natuurstaat zijn verscheidene waarnemers zeer getroffen geweest door de schijnbaar verbazend groote overmaat van mannetjes.68 Zoo zegt de heer Bates69, van de soorten sprekende, niet minder dan ongeveer honderd in getal, die den Boven-Amazonenstroom bewonen, dat de mannetjes veel talrijker zijn dan de wijfjes, zelfs in de verhouding van honderd tot één. In Noord-Amerika schat Edwards die groote ondervinding had, dat bij het geslacht Papilio de mannetjes tot de wijfjes staan als vier tot één; en de heer Walsh welke mij die getuigenis mededeelde, zegt, dat dit bij P. Turnus met zekerheid het geval is. In Zuid-Afrika vond de heer R. Trimen de mannetjes in overmaat bij 19 soorten70, en bij één daarvan, die op open plaatsen rondvliegt, schat hij, dat het aantal mannetjes tot dat der wijfjes staat als vijftig tot één. Van een andere soort, waarvan de mannetjes op sommige plaatsen talrijk zijn, verzamelde hij gedurende zeven jaar slechts vijf wijfjes. De heer Maillard getuigt, dat op het eiland Bourbon de mannetjes van ééne soort van Papilio twintigmaal talrijker zijn dan de wijfjes.71 De heer Trimen meldt mij, dat het, zoover hij zelf gezien of van anderen gehoord heeft, een zeldzaamheid is, als de wijfjes van de eene of andere soort van kapel de mannetjes in aantal overtreffen, doch dat dit wellicht het geval is met drie Zuid-Afrikaansche soorten. De heer Wallace72 getuigt, dat de wijfjes van Ornithoptera Croesus in Insulinde algemeener zijn en gemakkelijker worden gevangen dan de mannetjes; maar dit is een zeldzame soort van kapel. Ik mag hier bijvoegen, dat, volgens Guenée, van Hyperethra, een geslacht van nachtvlinders, van vier tot vijf wijfjes in verzamelingen uit Indië worden gezonden tegen één mannetje.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings