Note 54 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De heer F. Buckland heeft een groot aantal witte ratten aangefokt, en ook hij gelooft, dat de mannetjes de wijfjes verreweg in aantal overtreffen. Wat Mollen aangaat, wordt gezegd, dat „de mannetjes veel talrijker zijn dan de wijfjes”54; en daar het vangen van deze dieren een bijzonder beroep is, kan men deze getuigenis wellicht vertrouwen. Sir A. Smith merkt, een antilope van Zuid-Afrika55 (Kobus ellipsiprymnus) beschrijvende, op, dat bij de kudden van deze en andere soorten de mannetjes gering in aantal zijn in vergelijking van de wijfjes; de inboorlingen gelooven, dat zij in die verhouding worden geboren; anderen gelooven, dat de jongere mannetjes uit de kudden worden verdreven, en Sir A. Smith zegt, dat, hoewel hij zelf nooit kudden heeft gezien die alleen uit jonge mannetjes bestonden, anderen hem verzekeren, dat dit wel voorkomt. Waarschijnlijk zullen de jonge mannetjes, als zij uit de kudde worden verdreven, zeer zijn blootgesteld om de prooi te worden van de vele roofdieren van dat land.