Note 53 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Schapen.—De sekse der schapen wordt door de landbouwers niet onderzocht, dan verscheidene maanden na de geboorte, op het tijdstip, dat de rammen worden gesneden (gecastreerd); zoodat de hier volgende getallen niet de verhoudingen bij de geboorte geven. Ik vind daarenboven, dat verscheidene groote veefokkers in Schotland, die jaarlijks eenige duizenden schapen aanfokken, vast overtuigd zijn, dat er gedurende de eerste een of twee jaar meer rammen dan ooien sterven; de verhouding der rammen zou dus bij de geboorte iets grooter zijn, dan op den leeftijd der snijding (castratie). Dit is een merkwaardiger overeenkomst met hetgeen, zooals wij hebben gezien, bij den mensch gebeurt, en beide gevallen hangen waarschijnlijk van de eene of andere gemeenschappelijke oorzaak af. Ik heb opgaven ontvangen van vier heeren in Engeland, die gedurende de laatste tien of zestien jaar laaglandsche schapen, voornamelijk Leicester-schapen, hebben aangefokt; het gezamenlijk bedrag der geboorten klimt tot 8965, bestaande uit 4407 rammen en 4558 ooien, dat is in de verhouding van 96.7 rammen tot 100 ooien. Ten opzichten van Cheviot- en zwartsnoetige schapen, in Schotland aangefokt, ontving ik opgaven van zes fokkers, twee daarvan op groote schaal, voornamelijk voor de jaren 1867–1869, maar sommige opgaven klommen op tot 1862. Het totale opgeteekende aantal klimt tot 50685, bestaande uit 25071 rammen en 25614 ooien, dat is in de verhouding van 97.9 rammen tot 100 ooien. Indien wij de Engelsche en Schotsche opgaven te zamen nemen, klimt het totale aantal tot 59650, bestaande uit 29478 rammen en 30172 ooien, of als 97.7 tot 100, zoodat het zeker is, dat bij schapen op den leeftijd der snijding (castratie) de wijfjes de mannetjes in aantal overtreffen; maar of dit ook zou doorgaan bij de geboorte, is twijfelachtig, ten gevolge van het meer onderhevig zijn der mannetjes aan een vroegen dood.53