Note 52 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Paarden.—De heer Tegetmeier is zoo vriendelijk geweest uit de „Racing Calendar” voor mij een tabel te maken van de geboorten van renpaarden gedurende een tijdvak van één-en-twintig jaren, namelijk van 1846 tot 1867; waarbij 1849 is overgeslagen, daar dat jaar het bedrag er van niet publiek is gemaakt. Het totaal aantal geboorten is 25,56052 geweest, bestaande uit 12763 hengstveulens en 12797 merrieveulens, of in de verhouding van 99.7 hengstveulens tegen 100 merrieveulens. Daar deze getallen tamelijk groot zijn, en daar zij zijn getrokken uit alle deelen van Engeland, gedurende verscheidene jaren, mogen wij met veel vertrouwen besluiten, dat bij het tamme paard, of ten minste bij het renpaard, de beide seksen in bijna gelijk aantal worden voortgebracht. De afwisselingen in de verhoudingen gedurende opeenvolgende jaren naderen zeer tot die welke bij den mensch plaats grijpen, als men een klein en dun bevolkt gebied beschouwt; zoo stonden in 1856 de hengstveulens tot de merrieveulens als 107.1, en in 1867 als slechts 92.6 tot 100. Op de tabellen van het bedrag der geboorten wisselen de verhoudingen volgens vaste tijdperken af; want de hengstveulens overtroffen de merrieveulens in aantal gedurende zes achtereenvolgende jaren; en de merrieveulens overtroffen de hengstveulens in aantal gedurende twee tijdperken, elk van vier jaren; dit is echter wellicht slechts toevallig; ik kan ten minste niets van dezen aard ontdekken bij den mensch in de tienjarige tabel in het „Registrar’s Report” voor 1866. Ik mag er bijvoegen, dat zekere merries, en dit is ook het geval bij zekere koeien en vrouwen, een neiging bezitten om meer jongen van de eene sekse voort te brengen dan van de andere; de heer Wright van Yeldersley House meldt mij, dat ééne van zijn Arabische merries, hoewel zeven malen door verschillende hengsten gedekt, zeven merrieveulens wierp.