Note 42 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De Mensch.—In Engeland zijn gedurende tien jaren (van 1857 tot 1866) jaarlijks gemiddeld 707120 kinderen levend geboren, in de verhouding van 104.5 jongens tegen 100 meisjes. In 1857 stonden echter de mannelijke geboorten tot de vrouwelijke, over geheel Engeland gerekend, als 105.2 en in 1865 als 104.0 tot 100. Afzonderlijke districten beschouwende, was in Buckinghamshire (waar jaarlijks gemiddeld 5000 kinderen worden geboren), de gemiddelde verhouding van de mannelijke tot de vrouwelijke geboorten, gedurende het geheele tijdperk der bovengenoemde tien jaren, 102.8 tot 100, terwijl die in Noord-Wales (waar jaarlijks gemiddeld 12873 geboorten plaats grijpen) de hoogte van 106.2 tot 100 bereikte; een kleiner district nemende namelijk Rutlandshire (waar jaarlijks slechts gemiddeld 739 geboorten plaats grijpen) stonden daar de mannelijke geboorten tot de vrouwelijke als 114.6 en in 1862 als 97.0 tot 100; maar zelfs in dit kleine district was het gemiddelde van de 7385 geboorten gedurende de geheele tien jaren als 104.5 tot 100, d.i. in de zelfde verhouding als over geheel Engeland.42 De verhoudingen worden soms door onbekende oorzaken eenigermate gewijzigd; zoo getuigt Prof. Faye, „dat er in sommige districten van Noorwegen gedurende een tijdperk van tien jaren een voortdurend tekort aan jongens was, terwijl zich in andere tijdperken het tegenovergestelde verschijnsel voordeed.” In Frankrijk stonden gedurende vier-en-veertig jaren de mannelijke geboorten tot de vrouwelijke als 106.2 tot 100; maar gedurende dit tijdvak is het in één departement vijfmaal, in een ander zesmaal gebeurd, dat de vrouwelijke geboorten de mannelijke in aantal overtroffen. In Rusland bereikt de gemiddelde verhouding de hoogte van 108.9 tot 100.43 Te Philadelphia in de Vereenigde Staten is de verhouding 110.5 tot 100.44 Het gemiddelde voor Europa, door Bickes afgeleid uit omstreeks zeventig millioen geboorten, is 106 jongens op 100 meisjes. Daarentegen is bij blanke kinderen, aan de Kaap de Goede Hoop geboren, het aantal jongens zoo gering, dat gedurende een reeks van jaren van 90 tot 99 jongens op 100 meisjes werden geboren. Het is een vreemd feit, dat bij de Joden de verhouding der mannelijke geboorten tot de vrouwelijke stellig hooger is dan bij de Christenen (4); zoo is in Pruisen de verhouding als 113, in Breslau als 114 en in Lijfland als 120 tot 100; terwijl de christelijke geboorten in deze landen de zelfde verhouding vertoonen als elders, in Lijfland b.v. als 104 tot 10045. Het is een nog vreemder feit, dat bij verschillende natiën, onder verschillende omstandigheden en luchtstreken, in Napels, Pruisen, Westphalen, Frankrijk en Engeland, de overmaat van de mannelijke over de vrouwelijke geboorten minder is, wanneer zij onwettig, dan wanneer zij wettig zijn.