Note 38 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Bij de meeste soorten van de prachtige familie der Fazanten verschillen de mannetjes in het oog vallend van de wijfjes en verkrijgen zij hun versierselen in een vrij laat tijdperk van het leven. De geoorde fazant (Crossoptilon auritum) maakt hierop echter een merkwaardige uitzondering, want beide seksen bezitten de schoone staartvederen, de groote vederbossen op de ooren en het fluweelachtige karmozijn op den kop; en ik bevind na onderzoek in den Londenschen dierentuin, dat al deze kenmerken zich, overeenkomstig onzen regel, zeer vroeg in het leven vertoonen. Het volwassen mannetje kan echter door één kenmerk van het volwassen wijfje worden onderscheiden, namelijk door de aanwezigheid van sporen en overeenkomstig onzen regel beginnen deze zich, naar de heer Bartlett mij mededeelt, niet te ontwikkelen voor den leeftijd van zes maanden, en zelfs op dien leeftijd kan men te dien opzichte nauwelijks onderscheid tusschen de beide seksen zien.38 De pauw en de pauwin verschillen in het oog loopend van elkander in bijna elk deel van hun gevederte, behalve in de sierlijke kuif, die aan beide seksen gemeen is; en deze ontwikkelt zich op zeer jongen leeftijd, lang voor de andere versierselen, die tot het mannetje zijn beperkt. De wilde eend levert een overeenkomstig geval op; want de fraaie, groene spiegelvlek op de vleugels is aan beide seksen gemeen, hoewel zij bij het wijfje doffer en iets kleiner is, en zij ontwikkelt zich op jongen leeftijd, terwijl de gekrulde staartvederen en andere blonder aan het mannetje eigen versierselen zich later ontwikkelen.39 Men zou vele gevallen kunnen opnoemen, die tusschen de beide uitersten van groote overeenkomst en sterke ongelijkheid van de seksen, zooals die van den geoorden fazant en den pauw, inliggen, en in welke de kenmerken in de orde van hun ontwikkeling onze beide regels volgen.