Note 34 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Bij verscheidene soorten van Antilopen zijn alleen de mannetjes van horens voorzien, terwijl bij de meeste beide seksen horens hebben. Ten opzichte van het tijdperk van ontwikkeling meldt mij de heer Blyth, dat er in den Londenschen dierentuin tegelijkertijd een jonge koedoe (Antilope strepsiceros), bij welke soort alleen de mannetjes gehorend zijn, en de jongen van een verwante soort leefden, namelijk van de eland-antilope (Ant. oreas), bij welke beide seksen gehorend zijn. In volkomen overeenstemming met onzen regel nu, waren bij den jongen mannelijken koedoe, hoewel hij reeds tien maanden oud was, de horens opmerkelijk klein, in vergelijking met de grootte die zij ten laatste bereiken; terwijl bij den jongen mannelijken eland, hoewel nog slechts drie maanden oud, de horens reeds veel grooter dan bij den koedoe waren. Het is ook opmerkenswaardig, dat bij de antilope met gevorkte horens34, bij welke soort de horens, hoewel bij beide seksen aanwezig, bij het wijfje bijna rudimentair zijn, zij niet verschijnen voor vijf of zes maanden na de geboorte. Bij de schapen, de geiten en het hoornvee, waarbij de horens, bij beide seksen goed ontwikkeld, hoewel niet volkomen even groot zijn, kan men ze bij de geboorte of spoedig daarna voelen of zelfs zien.35 Onze regel gaat echter mank bij sommige onder-rassen van schapen, b.v. merino’s, bij welke alleen de mannetjes gehorend zijn; want na onderzoek36 kan ik niet bevinden, dat de horens bij dit ras in een later tijdperk van het leven tot ontwikkeling komen dan bij gewone schapen, bij welke beide seksen gehorend zijn. Bij het tamme schaap is echter de aanwezigheid of afwezigheid van horens geen zeer standvastig kenmerk, daar een zeker aantal ooien van merino-schapen kleine horens dragen en enkele rammen ongehorend zijn, terwijl bij gewone schapen nu en dan ongehorende ooien worden voortgebracht. (3)