← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 33 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Een uitnemend geval voor het onderzoek wordt opgeleverd door de familie der Herten. Bij alle soorten, ééne enkele uitgezonderd, zijn de horens alleen bij het mannetje ontwikkeld, hoewel zeker door het wijfje heên overgeplant, en vatbaar om nu en dan abnormaal bij haar te worden ontwikkeld. Bij het rendier daarentegen is het wijfje van horens voorzien, zoodat bij deze soort volgens onzen regel de horens vroeg in het leven behooren te verschijnen, lang voor de seksen volwassen geworden en er toe gekomen zijn om veel in gestel van elkander te verschillen. Bij alle andere soorten van herten behooren de horens in een laat levenstijdperk te verschijnen, hetgeen er toe leidt, dat zij alleen tot ontwikkeling komen bij die sekse bij welke zij onder de voorouders der geheele familie het eerst verschenen. Bij zeven soorten nu, tot verschillende afdeelingen van de familie behoorende en verschillende landen bewonende, vind ik, dat de horens het eerst verschijnen op tijdperken, afwisselende van negen maanden na de geboorte bij den reebok tot tien of twaalf of zelfs meer maanden bij de herten van de zes andere grootere soorten.33 Bij het rendier echter is het een geheel ander geval; want, naar ik van Prof. Nilsson hoor, die zoo vriendelijk was voor mij een bijzonder onderzoek in Lapland in te stellen, verschijnen de horens bij de jonge dieren binnen vier of vijf weken na de geboorte en tegelijkertijd bij beide seksen. Wij hebben hier dus een deel, dat bij een enkele soort der familie op een buitengewoon vroegen leeftijd tot ontwikkeling komt, en ook alleen bij die ééne soort aan beide seksen gemeen is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings