Note 32 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Over de Betrekking tusschen het tijdperk van Ontwikkeling van een Kenmerk en de overplanting daarvan op ééne sekse of op beide seksen.—Waarom zekere kenmerken door beide seksen en andere kenmerken slechts door ééne sekse worden overgeërfd, namelijk door die sekse bij welke het kenmerk het eerst verscheen, is in de meeste gevallen volkomen onbekend. Wij kunnen zelfs niet gissen, waarom bij zekere onder-rassen van duiven zwarte strepen, hoewel zij door het wijfje heên worden overgeplant, alleen bij het mannetje tot ontwikkeling komen, terwijl elk ander kenmerk in gelijke mate op beide seksen wordt overgebracht. Evenmin, waarom bij katten de driekleurigheid, op zeldzame uitzonderingen na, alleen bij het wijfje tot ontwikkeling komt. Geheel de zelfde kenmerken, zooals ontbrekende of overtallige vingers, kleurenblindheid enz., kunnen bij den mensch in de eene familie alleen door de mannen, en in de andere familie alleen door de vrouwen worden overgeërfd, hoewel zij in beide gevallen even goed door de tegenovergestelde als door de zelfde sekse op haar nakomelingen worden overgebracht.32 Hoewel wij derhalve onwetend zijn, gaan twee regels door, namelijk dat variaties die zich bij ééne der beide seksen eerst op een laat levenstijdperk vertoonen, een neiging bezitten om alleen bij die zelfde sekse tot ontwikkeling te komen, terwijl variaties die reeds vroeg in het leven bij ééne der beide seksen voor het eerst verschijnen, een neiging bezitten om bij beide seksen tot ontwikkeling te komen. Ik ben echter ver van te onderstellen, dat dit de eenige bepalende oorzaak is. Daar ik elders dit onderwerp nog niet heb besproken, en het een belangrijke beteekenis heeft voor de seksueele teeltkeus, moet ik hier in tamelijk uitvoerige en eenigszins ingewikkelde bijzonderheden treden.