← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 27 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Overerving op overeenkomstige Levenstijdperken.—De neiging hiertoe is goed bewezen. Als een nieuw kenmerk bij een dier verschijnt terwijl het jong is, zal het, hetzij het levenslang blijft voortbestaan of slechts een tijd lang in stand blijft, als algemeene regel op den zelfden leeftijd en op de zelfde wijze bij de nakomelingen van het dier opnieuw verschijnen. Indien daarentegen een nieuw kenmerk op volwassen leeftijd of zelfs gedurende den ouderdom verschijnt, zal het bij de nakomelingen op den zelfden gevorderden leeftijd opnieuw verschijnen. Wanneer afwijkingen van dezen regel voorkomen, zullen de overgeplante kenmerken veel veelvuldiger verschijnen vóór, dan na den overeenkomstigen leeftijd. Daar ik dit onderwerp in een ander werk27 uitvoerig genoeg heb besproken, zal ik hier slechts een of twee voorbeelden geven, om de zaak in het geheugen van den lezer terug te roepen. Bij verscheidene Hoenderrassen verschillen de kuikens terwijl zij nog met dons zijn bedekt, de jonge vogels in hun eerste ware gevederte en in het gevederte dat zij op volwassen leeftijd bezitten, zeer sterk van elkander en ook van hun gemeenschappelijken stamvorm, den Gallus bankiva; en deze kenmerken worden door elk ras getrouw op hun nakomelingen in het overeenkomstige levenstijdperk overgeplant. De kuikens van de Hamburger Pellen hebben, bij voorbeeld, terwijl zij nog met dons zijn bedekt, eenige weinige donkere vlekken op kop en romp, maar zijn niet overlangs gestreept, zooals vele andere rassen; in hun eerste ware gevederte „zijn zij fraai gepenseeld”, dat is, elke veder is geteekend met talrijke donkere dwarsstrepen; in hun tweede gevederte echter vertoonen alle vederen aan de punt een ronde donkere vlek.28 Er hebben zich bij dit ras op drie verschillende leeftijden variaties voorgedaan en zijn op die zelfde leeftijden overgeplant. De Duif biedt een merkwaardiger geval aan, daar de oorspronkelijke stamsoort bij het klimmen harer jaren volstrekt geen verandering in haar gevederte ondergaat, behalve dat op volwassen leeftijd de borst meer iriseerend wordt, en er toch rassen zijn, die hun kenmerkende kleuren niet verkrijgen, voor zij twee-, drie- of viermaai hebben geruid; en deze wijzigingen van het gevederte worden geregeld overgeplant.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings