← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 26 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Wegens bovengenoemde oorzaken kan het moeilijk anders, of de beide seksen moeten een weinig in gestel (constitutie) verschillen, ten minste gedurende den paartijd; en, hoewel zij aan volkomen de zelfde levensvoorwaarden mogen zijn onderworpen, zullen zij een neiging hebben op verschillende wijze te varieeren. Indien dergelijke variaties voor geen van beide seksen nuttig zijn, zullen zij niet worden opeengehoopt of vermeerderd door seksueele of natuurlijke teeltkeus. Desniettemin kunnen zij blijvend worden, indien de oorzaak waarvan zij het gevolg zijn, bestendig blijft werken; en in overeenstemming met een veelvuldig voorkomenden vorm van erfelijkheid kunnen zij worden overgeërfd alleen door die sekse bij welke zij het eerst zijn verschenen. In dit geval zullen de seksen bestendige, maar toch onbelangrijke verschillen in hun kenmerken gaan vertoonen. De heer Allen toont bij voorbeeld aan, dat bij een groot aantal vogels die de noordelijke en zuidelijke Vereenigde Staten bewonen, de voorwerpen uit het Zuiden donkerder gekleurd zijn dan die uit het Noorden; en dit schijnt een rechtstreeksch gevolg te zijn van het verschil in temperatuur, licht enz., tusschen die beide streken. Nu schijnen in eenige weinige gevallen de beide seksen van een zelfde soort verschillend te zijn aangedaan, bij Ageloeus phoeniceus zijn bij de mannetjes de kleuren in het Zuiden veel sterker geworden; terwijl bij Cardinalis virginianus zulks juist bij de wijfjes heeft plaats gehad; bij Quiscalus major zijn de wijfjes uiterst variabel van tint geworden, terwijl de mannetjes nagenoeg eenvormig bleven.26

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings