← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 4 — GRONDBEGINSELEN DER SEKSUEELE TEELTKEUS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De heer Swaysland van Brighton, die gedurende de laatste veertig jaar gewoon was onze trekvogels bij hun eerste aankomst te vangen, schrijft mij, dat hem geen enkele soort bekend is, van welke de wijfjes vroeger aankomen dan de mannetjes. Gedurende ééne lente schoot hij negen-en-dertig mannetjes van Ray’s kwikstaart (Budytes Raii), voordat hij een enkel wijfje zag. De heer Gould heeft zich, naar hij mij meldt, door ontleding overtuigd, dat de mannelijke snippen vroeger in dit land aankomen, dan de vrouwelijke. In het geval van visch zijn, als de zalm onze rivieren opzwemt, de mannetjes in grooten getale voor de voortplanting gereed, vóór de wijfjes zulks zijn. Evenzoo schijnt het bij kikvorschen en padden te zijn. In de geheele groote klasse der Insekten komen de mannetjes bijna altijd vroeger uit de pop dan de wijfjes, zoodat zij over het algemeen een tijd lang rondvliegen, voordat er een enkel wijfje te zien is.4 De oorzaak van dit verschil tusschen de mannetjes en de wijfjes in hun tijden van aankomst en rijpheid is duidelijk genoeg. Die mannetjes welke jaarlijks het eerst naar eenig land verhuisden, of in de lente het eerst voor de paring gereed waren, of het vurigst waren, moesten het talrijkste kroost nalaten en dit moest de neiging hebben om dergelijke instinkten en gestel te erven. Over het geheel kan er geen twijfel bestaan, dat er bij bijna alle dieren bij welke de seksen gescheiden zijn, tusschen de mannetjes een voortdurend terugkeerende strijd om het bezit der wijfjes plaats heeft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings