Note 4 — XXIV. Charleston.—Richmond.
Reading edition
Daniel H. Chamberlain, de gouverneur, is uit Nieuw-Engeland geboortig, en te Charleston gekomen, zoo als William P. Kellogg te Nieuw-Orleans kwam: met een reiszak, aangename manieren en een gladde tong. Hij is een geruimen tijd aan het bestuur geweest, en door de conservatieven, trouwens niet zonder goede reden, allerheftigst bestreden; maar tegenwoordig wijzigt hij zijn politiek: hij beteugelt de uitspattingen van zijne vrienden de kleurlingen, en luistert meer en meer naar de blanke minderheid. Gematigde conservatieven, zoo als kapitein Walker en George A. Trenholm, zijn niet ongezind hem te steunen en te helpen, in plaats van tegen hem te stemmen, te spreken en te intrigeeren. Chamberlain heeft veel kwaad gesticht, en zal misschien nog meer kwaad stichten. Bekwamer dan Kellogg, zijn hem daarbij de omstandigheden in Zuid-Carolina gunstiger. Chamberlain wordt gesteund door eene overwegende zwarte meerderheid. Hij heeft ook in het Noorden meer invloed dan Kellogg: niet omdat de burgers van Boston en New-York hem beter kennen of hooger schatten dan zijn mededinger, maar omdat de schuld van Charleston hun levendiger voor den geest staat dan de schuld van Nieuw-Orleans. Welke maatregelen van bedwang en onderdrukking hij ook mocht voorstellen, steeds zou Chamberlain kunnen rekenen op den steun van het Congres en de sympathie van alle steden van het Noorden. Want de schuld van Charleston kan niet vergeten en vergeven worden. Hier werd het plan der afscheiding ontworpen; hier werd de vlag der Unie voor het eerst beleedigd.4 Duizenden en tienduizenden in het Noorden zijn van meening, dat deze stad met den grond gelijk had moeten gemaakt worden, dat men haar werven en dokken had moeten vernielen, haar havens dempen, en haar bevolking verstrooien naar de vier winden!