Note 43 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.
Michiel Jan Noordewier translation
Muzijk en gymnastiek ... Volledige ontwikkeling naar ziel en ligchaam. Gelijk namelijk bij ons de gymnastiek in ruimen zin de beoefening bevat van al wat het ligchaam kracht, vlugheid en bevalligheid kan bijzetten; zoo verstonden de Grieken onder muzijk—der Muzen wetenschap—de schoone wetenschappen, poëzij, welsprekendheid, wijsbegeerte, de eigenlijke muzijk; in één woord, al wat den smaak voor ’t schoone ontwikkelt en de ziel veredelt. Tot eene opvoeding, die wij fatsoenlijk zouden noemen, behoorden: letterkunde in ruimen zin, muzijk en gymnastiek. Wie b. v. niet in eigenlijke muzijk ervaren was, werd niet voor een’ beschaafd man gehouden.
Protagoras schildert de opvoeding der atheensche jeugd aldus: „Van de teerste kindschheid af aan, zoo lang de naaste betrekkingen leven, onderwijzen en vermanen zij het kind. Zoodra het, wat er gezegd wordt, kan begrijpen, doen de minne en de moeder en de oppasser en de vader zelf hun best, dat het kind zoo goed mogelijk worde, en onderrigten hem bij ieder woord of daad, en toonen hem, dat het eene regtvaardig, het andere onregtvaardig is, en schoon of niet, en vroom of goddeloos; en dat hij het eene doe, het andere niet. En gehoorzaamt hij vrijwillig, dan is ’t wèl; zoo niet, dan brengen ze hem, als een kromgegroeid rijsje, teregt door dreigen en slaan. Daarna zenden zij hem naar school, en drukken het den meester veel meer op het hart, om te zorgen voor de zedigheid der kinderen, dan voor hun lezen en hun spelen op de lier. De meesters zorgen hiervoor; en wanneer zij dan het lezen geleerd hebben, en weldra het geschrevene zullen verstaan, gelijk vroeger den toon, dan geven zij hun op de banken de werken van voortreffelijke dichters te lezen, en laten ze hen van buiten leeren, welke vele teregtwijzingen bevatten, en vele verhalen van de deugden van de mannen van ouds, die ze roemen en verheffen; opdat de knaap naijverig hen navolge, en trachte even zoo voortreffelijk te worden. De muzijkmeesters dragen eveneens op dergelijke wijze zorg voor zedigheid, en dat de knapen geen kwaad doen; daarenboven, wanneer zij geleerd hebben de lier te bespelen, leeren zij hun weder gedichten van andere dichters, van lierdichters, die ze op muzijk brengen; en zij dwingen maat en harmonie in de ziel der knapen, opdat zij zachter worden, en, meer aan maat en regel gewend, geschikt voor woord en daad. Want het geheele leven van den mensch behoeft maat en gepasten toon.—Dan zendt men hen nog naar den meester in ligchaamsoefeningen, opdat zij met een beter ontwikkeld ligchaam, ook eene edele denkwijze kunnen opvolgen, en niet genoodzaakt worden lafhartig te handelen wegens gemis aan ligchamelijke kracht en vlugheid en in oorlog en in andere bedrijven. Dit doen de meest vermogenden, wier kinderen het vroegst en het langst de scholen bezoeken.”
Dus: huisselijke opvoeding;—lezen en de beginselen der muzijk, dichtstukken van buiten leeren;—eigenlijke muzijk en lierdicht;—ligchaamsoefeningen; terwijl overal orde en zedigheid streng werd geëischt; dit was, naar Solons instellingen, de gang der voorbereidende vorming der jeugd. Wat wij nog meer hebben genoemd, leerde de verder gevorderde jongeling van mannen als Protagoras en anderen.