← Table of contents
Crito

Note 39 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.

Michiel Jan Noordewier translation

Wie onregt lijdt, het weerom doen ... Nüsslin trekt uit deze plaats, waarbij hij ettelijke anderen voegt, het gevolg, dat men te overijld den Ouden alle begrip van liefde jegens vijanden heeft ontzegd; en dat in de meeste plaatsen hunner schriften, waar haat jegens vijanden wordt gebillijkt, de vijand in den oorlog wordt bedoeld.—Alle begrip ... dit is te veel gezegd; maar alleen Socrates en de zijnen stonden met enkele edelen hooger dan de groote hoop; en Socrates zelf is in zijne Verdediging zoo schamper, zijne taal zoo vernederend voor regters en tegenpartij, dat daarbij het denken aan wraak natuurlijk bij u opkomt. Buitendien moet men niet vergeten, hoe weinig algemeenen invloed bij de Ouden de wijsgeerige school had op de praktiek des levens. (Verg. onze inleiding.) Deze spreekt veeleer bij de dramatische dichters: het tooneel en het leven der Ouden stond in veel naauwer verband dan bij ons. En uit deze blijkt, dat wraak bij de Ouden niet alleen geoorloofd was, maar zelfs eene zaak van eer. „Eene groote zaak versta ik,” zegt Archilochus, „hem, die mij kwaad gedaan heeft, met vreesselijk kwaad te vergelden.” Dat bij ’t volk wraak de leuze was, blijkt eveneens uit vele plaatsen bij de treurspeldichters; in ’t algemeen eischten de Grieken van den man in staat te zijn om zijn vaderland nuttig, zijn’ vijand geducht te zijn. Zij kennen den man, den burger; aan het goddelijke Christendom was en blijft het voorbehouden den mensch te leeren zegenen, wie hem vloekt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings