Note 3 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.
Michiel Jan Noordewier translation
Gelukkig geprezen. ... Zoo zegt ook Phaedo: „gelukkig scheen mij de man om zijn gemoed en om zijne taal, dat hij zoo zonder vrees, zoo edel stierf. De gedachte kwam bij mij op, dat hij niet zonder goddelijk bestel naar de onderwereld afdaalde, en dat hij daar zalig worden moest.”—En Socrates zelf in hetzelfde gesprek: „Koesterde ik niet de hoop, bij wijze en goedige goden te komen, en bij gestorvene menschen, die beter zijn, dan hier, dan ware ’t niet goed, dat ik niet treurde over den dood. Nu daarentegen heb ik de blijde verwachting, dat er ook nog voor gestorvenen een leven is, en wel voor goeden een beter dan voor slechten.”
En in zijne Verdediging: „dit eene moet gij bedenken als ontwijfelbaar zeker, dat er voor den edelen geen kwaad bestaat, noch bij zijn leven, noch na den dood; en dat zijne zaak geenszins door de goden wordt uit het oog verloren. Ook mijn tegenwoordig lot komt niet zoo van zelf; in tegendeel, ’t is mij klaarblijkelijk, dat sterven mij gewin is.”