Note 25 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.
Michiel Jan Noordewier translation
Voor ’t gerigt—zijt opgekomen ... Forster, bij Buttmann aangehaald, zegt, dat hier misschien bedoeld wordt eene wet bij Lysias vermeld: „dat het den beklaagde, die zijne zaak wantrouwde, vrijstond, zich door de vlugt aan de gevolgen van derzelver behandeling te onttrekken.” Of men moet het op Anytos toepassen, die, volgens Libanius, in zijne Verdediging van Socrates, na de door hem ingestelde beschuldiging, met den beklaagde zich wilde verzoenen. Maar dit is zeer twijfelachtig; waar is het, dat, wanneer partijen, vóór de beslissing van het pleit, zich met elkander verzoenden, in verschillende gevallen de zaak werd bijgelegd. De aanklager had dan duizend drachmen boete te betalen. (Wachsmuth, II, 1, 285.)
In het volgende wordt de loop van het regtsgeding vergeleken met de drie hoofddeelen van een drama: het verschijnen voor ’t gerigt met de inleiding en de opgave van ’t onderwerp;—het voeren van ’t geding met de handeling en hare verwikkelingen;—en de uitspraak van het vonnis met de ontknooping. Wat Crito laakt, is het verschijnen van Socrates voor den regter; wat hem grieft, is de uitslag van het treurspel, dien hij aan gebrek aan inzigt bij hem zelven en zijne vrienden toeschrijft.