← Table of contents
Crito

Note 21 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.

Michiel Jan Noordewier translation

’t Gene gij voor ’t gerigt gezegd hebt ... „Zou ik”—dit was, volgens Plato, zijne taal—„mij verbanning waardig keuren? Daarmede zoudt gij welligt genoegen nemen. Maar veel liefde zou ik voor het leven moeten hebben, o Atheners! indien ik zoo onverstandig ware, om niet te kunnen berekenen, dat gij, mijne medeburgers, mijne leefwijze en mijne taal niet kondt verdragen, maar ze u bezwaarlijk en hatelijk zijn geworden, zoodat gij tracht er af te komen; en zullen voorwaar anderen ze gemakkelijk dulden? Verre van daar, o atheensche mannen! Een heerlijk leven zou het derhalve voor mij zijn, wanneer ik, zoo bejaard, uit de stad ging, om, telkens verjaagd, de eene stad met de andere te verwisselen. Want ik weet vast, dat, waar ik kom, de jongere menschen naar mijne taal zullen hooren, gelijk hier. En wijs ik hen van de hand, dan zullen zij mij verdrijven en de ouderen daartoe overreden.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings