← Table of contents
Crito

Note 16 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.

Michiel Jan Noordewier translation

Den grooten hoop ... „Die tallooze, oneenige, oproerige menigte, nooit zich zelve magtig, met gelijke onberadenheid gereed tot eigen of tot eens anders ongeluk,”—zegt Seneca—is door vele ouden naar waarde gegispt.—„Wie zou zich gelukkig gevoelen,” zegt Plato ergens, „met te leven naar den grooten hoop, om te worden toegejuicht en gevierd, als een speelbal van ’t volk geslingerd, uitgefloten, gestraft, gedood en beklaagd?”—„Vraagt mij (Horatius) het volk, waarom ik niet zoek of mijd, wat het zelf bemint of haat; dan wil ik antwoorden, gelijk eertijds de sluwe vos den zieken leeuw: „„omdat ik schrik van de voetstappen, alle naar u toe gerigt, en geene terug. Gij zijt een veelkoppig monster: waaraan toch zal ik mij houden, of aan wien?””

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings