Note 12 — CRITO. DIALOOG VAN PLATO.
Michiel Jan Noordewier translation
Overmorgen, o Socrates! ... Woorden van Achilles, die, door Agamemnon beleedigd, van Troje naar huis terug wil keeren. „Indien mij welligt,” zegt hij tot Ulysses, de doorluchtige aardschudder, „Poseidon eene gelukkige vaart wil verleenen, dan kan ik in drie dagen het vruchtbare Phthia bereiken,” d. i. zijn vaderland. Socrates verstaat onder Phthia de woonplaats der ziel na hare slaking uit den kerker des stofs, de oorden, die des menschen eigenlijk vaderland zijn.
„Bevreemdend is het,” zegt Nüsslin ter dezer plaatse, „dat geen uitlegger er op let, hoe de jeugdige heldengestalte van Achilles, die uit vrije keuze een kort, maar roemvol leven verkoos boven een lang leven vol genietingen, Socrates hier voor oogen zweeft, en hem als tot gelijke gezindheid bezielt. Dit is immers het troostrijke in ’t ontzagchelijke treurspel der geschiedenis, dat de menschen niet alleen bij elkander zijn, wanneer zij ’t zijn, dat ook de van ons verwijderde, de overledene voor ons leeft, en zijn leven en sterven ons ten spiegel wordt, waarin wij ons gaarne beschouwen.”—Socrates zelf zegt in zijne Verdediging: „men zou kunnen zeggen: „„bloost gij niet, Socrates! over de keuze van een bedrijf, waardoor gij nu gevaar loopt van te sterven?”” „Met grond zou ik antwoorden: niet schoon is dat gesproken, man! indien gij meent, dat een man, die nog een weinig waarde bezit, het gevaar van leven of sterven in aanmerking moet nemen. Niet daarop alleen moet men zien, wat men onderneemt, maar of men iets regtvaardigs doet, of het tegendeel; het werk van een’ braaf, of van een’ slecht mensch. Laag zouden, naar uwe redenering, de halve goden zijn, die bij Troja sneuvelden, ook Thetis’ zoon; en die verachtte zoo zeer het gevaar, in vergelijking van eene schandelijke handelwijze, dat,—toen hij wenschte Hector te dooden, en zijne moeder, eene godin, hem zoo ongeveer, geloof ik, toesprak: „„mijn zoon, wreekt gij den dood van uwen vriend Patroclus, en doodt gij Hector, dan zult gij sterven; (want terstond na Hector is uw sterflot bepaald)””—„hij dood en gevaar verachtte.——„„Terstond,”” zeide hij, „„zou ik willen sterven, na den onverlaat te hebben doen boeten, opdat ik niet hier blijf, bij de hooge stevens der schepen, om uitgelagchen te worden, als een nutteloos pak der aarde.””