Note 15 — VI.
Reading edition
Zoodanig waren de gesprekken, die ons viertal hield, wanneer zij de ongezochte gelegenheid hadden bij elkander te zijn. Een andermaal deelde Johannes mede, dat Baba Poetjieng een vaatje buskruit van vijftig pond toegezegd had. Dit bracht het gesprek op de bewapening en de munitie, en werd er afgesproken dat, wanneer de dag der ontvluchting aangebroken zou zijn, de saamgezworenen hunne geweren in de hut van Johannes zouden brengen, onder voorwendsel die met zorg te willen poetsen. Men zou ook trachten zooveel patronen mogelijk machtig te worden; maar vooral moest men kogels zien te verkrijgen. Door bij het schijfschieten te smokkelen, hadden zij al een kleine honderd bij elkander en onder voorwendsel van een „djala”15 te willen maken, had Johannes van den knecht bij het oorlogsmagazijn nog een twee honderd kogels gekregen. La Cueille deelde mede, dat hij van den kommandant twee Remmington-geweren ontvangen had om te poetsen en van den dokter twee revolverpistolen. De bij die vuurwapens behoorende patronen, verzekerde hij, zou hij ook wel machtig worden. Verder werd besloten, dat de Zwitsers de boussole en den veldkijker van den kommandant zouden medenemen.