Note 15 — VI.
Reading edition
De Dajaks gebruiken een rond eenigszins zakvormig net, dat wijd uitgespreid uitgeworpen wordt en veel overeenkomst heeft met het werpnet dat in België en Frankrijk „épervier” genoemd wordt. Aan den rand zijn op korten afstand van elkander looden kogels of ringen aangebracht. Wanneer nu het net wijd uitgespreid op de oppervlakte des waters geworpen wordt, naderen de kogels bij het zinken elkander, tot zij den bodem raken. Al de visch daaronder is dan gevangen; met een touw wordt het opgehaald en de kogels houden de vangst omsloten. Dit net heet djala. ↑