Note 1 — VI.
Reading edition
De Gekko is een groote hagedis, die gaarne in oude boomen en bouwvallen woont, maar ook niet schuwt de bewoonde huizen der menschen te deelen. Het dier ontleent zijn naam aan zijn roep: „gèk-ko,” dat hij herhaalde malen uitstoot, de eerste malen met helderen klank, maar langzamerhand verzwakkende, alsof hem de stem begeeft, zoodanig dat het geroep in een dof gekreun eindigt. Bij de inlanders duidt zijne tegenwoordigheid een gelukkig voorteeken aan. ↑