Note 10 — VII.
Lion Simons translation
häbbe ic eác geâhsod, that se aeglaeca
for his won-hy̆dum waepna ne rêccedh. 433–34.
Cosijn teekent hierbij aan: waepna ne reccedh «hij geeft om geen wapens,» duplici sensu: hij, de vermetele, draagt geen wapen en vreest voor geen wapen, natuurlijk omdat hij zich onkwetsbaar gemaakt had door tooverspreuken.
Dit «natuurlijk» wil er bij mij zoo maar niet in.
Beowulf heeft vernomen, dat Grendel niet bang is voor wapens, maar dat geen wapen hem kan deren, omdat het door hem bezworen is, weet hij niet.
Er bestaat toch een verschil tusschen: hij vreest geen wapen en hij heeft geen wapen te vreezen.
Buitendien zou Beowulf in tegenspraak zijn met zijne eigen woorden 680:
erschlagen will ich ihn drum mit dem Schwerte nicht
und so sein Alter kürzen, obwol ichs all so könnte. (Grein.)
Welk van beide plaatsen is dan onecht?
Ten slotte zou 792–809 (vert. 808–22) ook geen genade kunnen vinden; wat het geval is bij Ettmüller en Müllenhoff, die deze verzen uitwerpen.
Ettmüllers beweren: «da Beowulf in seiner Heimat schon wusste, dass Grendel nichts von Waffen zu fürchten habe, so werden auch seine Begleiter das gewusst haben» berust juist op die verkeerde opvatting van waepna ne rêccedh. Beowulf wist dat niet en zijne makkers evenmin.
Müllenhoffs redeneering schijnt mij geheel en al uit de lucht gegrepen. Hij zegt: «792–809. Auch diese Verse sind schon von Ettmüller verworfen.
Beowulf sagt 680 f. «ich will ihn nicht mit dem schwerte hinstrecken und des lebens berauben, obgleich ich es sehr wohl könnte,» theáh ic eal mäge. Nur um den waffenlosen Grendel nicht in ungleichem kampfe zu bestehen, will auch er nicht der waffen gegen ihn sich bedienen.» En hij vervolgt:
«die annahme dieser verse 792–809, dass gegen Grendel mit waffen nichts auszurichten sei, weil er sich hiebfest gemacht hatte, ist daher ganz ungehörig.»
Iets even «ungehörig» is wel Müllenhoffs lezing.
De tekst zegt niet: Beowulfs makkers wisten, dat er met wapens bij Grendel geene eer in te leggen was, maar juist het tegendeel: hîe thät ne wiston, zij wisten dat niet.
De slotsom van deze uiteenzetting is, dat waepna ne rêccedh enkel en alleen beduidt: Grendel vreest geen wapen, zoodat twee plaatsen gehandhaafd blijven, wier echtheid anders aan gegronden twijfel onderhevig zou zijn.