Note 64 — XXXV.
Lion Simons translation
thâ ic on morgne gefrägn maeg ôdherne
billes ecgum on bonan staelan,
thaer Ongentheów Eofores niósadh. 2485–87.
Socin legt uit als volgt: Ik heb dan vernomen, dat de eene broeder (Wulf) den anderen (Eofor) naar zijnen moordenaar (Ongentheow) heentrok.
Cosijn toont het onhoudbare van die aanteekening ten overvloede aan: staelan = ten laste leggen, als mnl. banen.
De strijd wordt dus als een rechtsgeding voorgesteld:
Ik vernam dat toen de eene maag (Hygelac) den ander (Hadcyn) den dooder te laste legde met het scherp van het zwaard, den dood met het zwaard op hem verhaalde, wreekte.
Dat Wulf niet gedood werd, maar alleen buiten gevecht gesteld, ziet Socin voorbij.