Note 62 — XXXIV.
Lion Simons translation
he gewräc sydhdhan
cealdum cear-sîdhum. 2396–97.
er rächte seitdem
mit kalten Kummerfahrten. (Grein).
Bugge ziet in cealdum cear-sîdhum de natuurlijke koude, daar de kamp, waarin Adhils (= Eadgîls), volgens de overeenkomstige noordsche sage, Ali (= Onela) versloeg, op het ijs van het meer Vaenir plaats had.
Cosijn teekent bij deze verzen aan: De samenhang eischt cealde cearsîdhas, want gewrecan beteekent wraak nemen over (of straffen) en de ellips van hit (dit, Socin) is te verwerpen. Eadgils nam wraak voor zijne koude, kommervolle omzwervingen als balling.