Note 48 — XXV.
Lion Simons translation
hwîlum hê on lufan laetedh hworfan
monnes môd-gethonc, maeran cynnes. 1729–30.
Somtijds laat hij (God) op landbezit gaan
den hartelust eens mans van vermaard geslacht.
Cosijns verklaring geeft niet alleen aan lufa = liefde de juiste beteekenis, maar past ook het beste in den samenhang:
God laat zijnen geest (môd-gethanc) verkeeren (ontbranden) in liefde (on lufan) voor eenen man enz.
Heyne-Socin kennen aan lufa de beteekenis van «Grundbesitz, Ländereien» toe, ofschoon zij luf-tâcen 1864 door «Liebeszeichen» heáhlufan 1955 door «hohe Liebe» en lufian 1983 door «lieben» weergeven.