Note 33 — XVIII.
Lion Simons translation
swâ hê ne forwyrnde worod-raedenne,
thonne him Hûn Lâfing hilde-leóman,
billa sêlest, on bearm dyde:
thäs waeron mid Eotenum ecge cûdhe. 1143–46.
Cosijn neemt weer de oude verklaring op van Hornburg, die voorslaat, Hûnlâfing niet te scheiden en als den naam van één persoon te beschouwen. De zin is alsdan:
Dus weigerde Hengest niet zich bij den troep aan te sluiten (tot de samengezworen Denen over te gaan), toen Hunlafing (een der samenzweerders) hem het zwaard aanbood, welks snede onder de Friezen beroemd was (dat in den kamp met de Friezen reeds goede diensten had bewezen).
Moet men Hûnlâfing met Bugge in twee of met Cosijn in een woord lezen? Adhuc sub judice lis est.
Wat ten gunste van den laatste pleit is, dat Hengest niet meer noodig had Finns leenman te worden, daar hij het al was; immers had hij hem niet sinds een jaar als koning aanerkend?