Note 24 — XV
Lion Simons translation
(sceáwedon) feóndes fingras, foran aeghwylc;
wäs stêdra nägla gehwylc style gelîcost. 985–86
Mijne vertaling van deze veel bestreden plaats sluit zich bij Socin aan.
Sievers plaatst een dubbel punt na fingras, zoodat foran aeghwylc tot wäs behoort; hij leest stîdhra (hard) in plaats van stêdra (vast):
«van voren was elk der harde nagels het meest gelijkend op staal.»
Cosijn houdt het met het Hs: steda en slaat aêghwaêr (in plaats van aêghwylc) voor, dat met een gen. van plaats verbonden wordt: aêghwaêr steda, op alle plaatsen (waar nagels groeien). Wij krijgen dus:
«Op alle plaatsen waren de nagels van voren (de punten der nagels) het meest gelijkend op staal d. i. hard als staal.»