Note 8 — VII. Een verraderlijk dèsa-genoot.
Reading edition
Galangan’s zijn dijkjes, die de natte rijstvelden omgeven. Die dijkjes moeten goed onderhouden worden, wil de landbouwer geene teleurstellingen bij het bevloeien zijner sawah’s ondervinden. Zij moeten van tijd tot tijd verlegd worden, eerstens om de vruchtbare maagdelijke aarde, waaruit zij bestaan, weer met den bodem te vermengen; ook om te beletten, dat die dijkjes broeinesten worden van ongedierte als slangen, yoeyoe’s (krabbesoort) enz. ↑