← Table of contents
Baboe Dalima

Note 14 — VII. Een verraderlijk dèsa-genoot.

Reading edition

Singomengolo, geholpen door een paar handlangers, ook door de beide Chineezen, houders der opiumkit, bood aan de notabelen „rôkô’s” (sigaren in bladeren gewikkeld) aan, terwijl bij de vrouwelijke voorname toeschouwsters „goelali” en „kwee kwee” (suikerwerk en gebakjes) rondgediend werden. In den omtrek der beide loodsen stonden eenige „warong’s” (kraampjes), waar de minder voorname gemeente haren snoeplust kon voldoen. Een daverend gejuich ging op, toen de belusten van de venters en ventsters vernamen, dat die lekkernijen kosteloos te verkrijgen waren, dat men die vrijgevigheid aan Singo te danken had, die zoo zijn terugkeer in zijne geboorteplaats wenschte te vieren. Des milden gevers hand werd allerwege hartelijk gedrukt. De verlokker verzweeg evenwel wijselijk, dat de tabak, waaruit de rôkô’s gerold waren, met een aftreksel van opium gedrenkt was; ook dat het sap van de „sedap malam”14 gediend had bij de bereiding der gebakjes en andere lekkernijen. Een ieder liet zich de versnaperingen goed smaken, en had een woord van dank voor den milden Singomengolo.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings