← Table of contents
Baboe Dalima

Note 7 — VII. Een verraderlijk dèsa-genoot.

Reading edition

In het jaar 1874 bewerkte babah Lim Yang Bing, natuurlijk door macht van geld, dat het aantal opiumkitten in het pachtdistrict Santjoemeh met een tiental vermeerderd werd.7 Onder de rampzalige dèsa’s, die door het Nederlandsche bestuur met zoo’n pest vergiftigd werden, behoorde ook Kaligaweh. Maar … tusschen het oprichten van zoo’n opiumhol en dat rendeerend te maken, gaapte voor het oogenblik eene wijde kloof, die noodzakelijk aangevuld moest worden. Althans zoo begreep het de pachter. Wel was er eene kit verrezen,—zoo smerig mogelijk, om aan de traditiën van zoo’n hol getrouw te blijven,—wel prijkte boven de deur een groot zwart houten bord, waarop met duidelijke witte letters: opiumverkoopplaats te lezen stond, welk Nederlandsch woord daaronder in het Javaansch en in het Chineesch, met de eigendommelijke karakters dier talen herhaald was; wel begunstigden de twee Chineezen, die de kit exploiteerden, de voorbijgangers met hunne innemendste glimlachjes, waarbij hunne gelaatstrekken met de schuin staande oogen eene type van wulpsche gemeenheid daarstelden; maar het was alles te vergeefs, de nieuw verrezen kit bleef verstoken zelfs van een eerste bezoek.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings