Note 19 — VII. Een verraderlijk dèsa-genoot.
Reading edition
Hadden de Chineezen alle redenen van tevredenheid. De lezer zou kunnen meenen, dat de schrijver hier bij het ontwerpen van dit verleidingstafereel overdreef, of de waarheid geweld aandeed. Luister eens, wat de Min. van Kol. Hasselman, bij de behandeling der begrooting van N.-Indië in de volle Tweede Kamer liet hooren. Het waren woorden, die hem destijds als resident door een opiumpachter ingefluisterd waren. Het gold toen inkrimping van het bestaande aantal opium-kitten. „Er kwam nog iets bij,” zei de Chinees in het vuur van de verdediging zijner belangen. „Er kwam nog iets bij, namelijk: dat het zoo jammer was, als eene kit, nadat ze met veel moeiten en kosten was productief gemaakt, werd ingetrokken. Men moest om de bevolking te lokken, feesten en danspartijen geven, en dit mocht toch niet tot eene vergeefsche moeite worden gemaakt.”
Wanneer nu in den boezem der vertegenwoordiging, waarin slechts uiterst schroomvallig, vooral door Ministers v. Kol. de opiumkwestie behandeld wordt, zulke mededeelingen weerklonken hebben, dan kan de lezer oordeelen over wat er er in werkelijkheid omgaat, en dan moge hij uitspraak doen, of het in den tekst voorkomend verleidingstafereel overdreven mag heeten. ↑