Note 3 — XXX. Baboe Dalima naar Karang Anjer.
Reading edition
Waaraan de natuur geene bizondere hinderpalen in den weg gelegd heeft. De schrijver heeft te Meester Cornelis bijgewoond, dat de jonge Javaansche vrouw van een Inlandsch militair, nog geen half uur na hare verlossing, zich met haar kind c. ann. naar de rivier begaf, daar zich zelve en haar kind reinigde, de ann. in een pot deed, die door haren echtgenoot dadelijk begraven werd, waarna zij naar de kazerne terugkeerde, een paar uren rust genoot met haar kind aan de borst, en toen hare gewone werkzaamheden hervatte, alsof er niets gebeurd was, terwijl een oude vrouw met de jonggeborene solde. Ik wil dat voorbeeld nu niet als eene type geven, alsof alle Javaansche kraamvrouwen zoo zouden handelen. Toch kan betuigd worden, dat de bevalling der Inlandsche vrouwen in Indië lang zoo lastig niet is als van hare Europeesche geslachtsgenooten. ↑