← Table of contents
Baboe Dalima

Note 8 — XXX. Baboe Dalima naar Karang Anjer.

Reading edition

O, zij had niet veel noodig! Weinige centen voor haar nachtverblijf, twintig of vijfentwintig centen voor hare voeding, dat was alles. In plaats van dan ook te vertrekken, doolde zij nog ettelijke dagen in Karang Anjer en omstreken rond. Zij strekte hare omzwervingen voor haren toestand ver, zeer ver uit en bezocht daarbij vrij afgelegen dèsa’s. Overal vroeg zij, overal onderzocht zij, overal drong zij door. Zij deed, wat Van Nerekool, als blanke, als rechterlijk ambtenaar, niet had kunnen doen. Zij nam plaats aan iederen „warong,”8 dien zij op haar pad ontmoette, at hier wat rijst, in een pisangblad9 gevuld, overheerlijk smakelijk gemaakt, met wat sambal peteh,10 nuttigde elders wat „nassi ketan,”11 overdekt met fijn geraspte klappernoot, of wel met siroop van „goela aren.”12 Op eene andere plaats slurpte zij een kop koffie, of verorberde een paar pisangvruchten, of een tros „ramboetan”13 of wel een paar pitten van eene heerlijke „doerian.”14 Die lekkernijen overschreden evenwel hare middelen niet volgens hare rekening; want zij betaalde die met slechts weinige centen. Ja, hier en daar bekeek haar de waronghoudster en antwoordde, wanneer de smulster hare centen te voorschijn bracht: „bewaar die maar voor je kindje, en neem nog een kop koffie.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings