Note 2 — VII DE DISCUS-WORP.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Ofschoon nog nieuw, zijn de wanden en zuilen toch reeds hier en daar met vleiende opschriften bekrast, die den lof van den een of anderen knaap verkondigen. Want niet de scheppende beeldhouwers alleen, voor wie de welgemaakte gestalte der jongelingen, die bij de vele lichaamsoefeningen zich hier onbedekt vertoonde, eene onmisbare school is voor het natuurlijke en schoone in hunne scheppingen, ook de kunstliefhebbers komen hier, om aan het gezicht van zuiver ontwikkelde jeugdige kracht hun hart op te halen. Met hun vurigen kennersblik wedijvert het oog van liefhebbende en eerzuchtige vader, die met fieren trots de oefeningen en wedstrijden hunner zonen volgen en hunne krachtsinspanning en ijver met levendige gebaren, met luide kreten aansporen. Overigens zijn er nog dweepende liefhebbers der gymnastische kunsten, voor wie zoo’n schouwspel eene verkwikking is en die, met hunne stramme ledematen, als verjongd door het vuur, de bewegingen en oefeningen der jeugd in hun geest de vertoonde toeren medemaken. Ja zelfs tot op zulk eene hoogte stijgt bij deze hartstochtelijke liefhebbers hun ingeschapen lust, dat zij zich niet tevreden stellen met als ledige toeschouwers dagen lang in het Lyceüm en de Palaestren2 zich op te houden, maar onmiddellijk, wanneer de geest hen drijft, zich onder de jongelingen begeven, om aan hunne oefeningen deel te nemen of een hunner tijdgenooten tot een kleinen worstelstrijd in het gymnasium uit te dagen. „Hei daar Charisius,” luidt het, „willen wij het eens tegen elkaar opnemen, zooals we zoo dikwijls in onzen gelukkigen ephebentijd3 plachten te doen? Wat jonge Herculessen waren wij toch in vergelijking met de hedendaagsche jongens!” Zoo klinkt het, en de beide mannen herinneren zich de dagen hunner bloeiende jeugd en vatten elkaar aan en worstelen naar de nog niet verleerde regels der kunst ten aanschouwe van een menigte, die hen aanmoedigt.