Note 43 — II. TELESIPPE.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„O Zeus en Apollo,” bracht Elpinice uit met levendige gebaren. Daarna den jongen tot zich trekkende, ging zij vleiend voort: „Gij zijt zeker een moedige knaap en zoo ge onder den grooten Cimon, mijn broeder, geleefd had, zoudt ge zonder twijfel geholpen hebben om de Perzen te verslaan. In dien tijd echter, mijn jongen, waren de knapen heel anders dan tegenwoordig. Zij waren niet brutaal en neuswijs en aanmatigend. En zij gebruikten geen zalven en warme baden. Aan tafel zaten zij netjes, zonder de beenen te kruizen en zonder een blaadje groente zelf te nemen. In de worstelschool strekten zij, wanneer zij op het zand zaten, de beenen zoo uit, dat de eerbaarheid er niet door beleedigd werd, en stonden zij op, dan wischten zij aanstonds de sporen van hunne jeugdige ledematen in het zand uit. ’s Morgens zag men hen dun en licht gekleed, ook wanneer het stormde en regende, naar den muziekmeester gaan en zij leerde daar oude, degelijke stukken, zooals „Pallas, de Stedebedwingster” of een gezang van Simonides43, niet zulke weekelijke liederen, als thans in de mode zijn, met draaien en krullen, waarvoor men zulk een ondeugenden bengel met de roede moest geven. Bedenk, zoon van Clinias, weldra zult gij ook met uwe makkers naar de school gezonden worden, gij zult de spraakkunst leeren en gymnastiek en de lier bespelen en op de fluit blazen.”