← Table of contents
Aspasia

Note 16 — II. TELESIPPE.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Na de belegering en onderwerping van het eiland Thasos16 bracht Cimon den schilder Polygnotus, een geboren Thasiër, met zich naar Athene. Cimon had de bekwaamheid van den jongeling opgemerkt, had hem lief gekregen en wenschte aan zijne kunst een uitgebreider en waardiger veld te openen. Hij bewerkte, dat aan Polygnotus door de Atheners opgedragen werd om den tempel van Theseus17 met schilderijen te versieren; ook schilderde hij op Agora in de groote galerij, die juist naar deze pracht van kleuren de „bonte” of de „beschilderde”18 genoemd werd, tooneelen uit de verovering van Troje19. Daar het huis van zijn vriend en beschermer altijd voor hem open stond, ontbrandde de jongeling in vurige liefde voor Elpinice, en toen de uitspraak der Grieksche helden over de gewelddadige behandeling, door Aiax Cassandra20 aangedaan, in de galerij geschilderd werd, had Laodice, de schoonste van Priamus’ dochters, onder de Trojaansche gevangenen, de trekken van Cimon’s zuster. Zij weigerde den kunstenaar hart en hand; doch zij schonk hem hare vriendschap. Sedert waren ettelijke jaren vervlogen, maar de vriendschapsband dezer beiden duurde nog steeds voort, nadat Cimon gestorven en Elpinice, evenals Polygnotus, oud was geworden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings