Note 4 — II. TELESIPPE.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Ik vrees het wantrouwen,” hernam Pericles, „’t welk geheime en openbare tegenstanders uitzaaien. De oligarchische partij is niet geheel overweldigd. Ook weet gij, dat er vrienden der Laconiërs zijn en dezulken, die het licht en het reine en het schoone haten. Hebt gij het zelf niet ondervonden, sedert gij in de zuilengaanderijen der Agora zijt opgetreden, om ons Atheners de boodschap der reine, vrije en uit den geest geborene waarheid te verkondigen. Intusschen zal ik heden eene troef uitspelen, die voorloopig de menigte ten volle op mijne hand zal brengen. Er zijn arme burgers, die van de hand op den tand leven en die morgen honger moeten lijden, wanneer zij heden hun arbeid staken en, om hun burgerplicht niet te verzuimen, naar de volksvergadering gaan. Waarom zouden zij niet door een paar obolen4 uit de staatskas schadeloos gesteld worden? Ook heb ik te doen met die arme drommels, die zoo gaarne de openbare schouwspelen zouden willen bijwonen, maar het entreé-geld niet kunnen betalen. Zij zullen er van staatswege heen mogen gaan, om ongemerkt door de werken hunner dichters zich te doen vormen en veredelen, terwijl zij meenen alleen hun genoegen na te jagen. En die goede zielen, welke bij duizenden uit het volk door het lot worden gekozen om aan de vele gerechtshoven als assessoren te worden toegevoegd, zij moeten voortaan niet meer zonder schadeloosstelling den geheelen dag verliezen, om de tallooze processen hunner medeburgers in het zweet huns aanschijns te beslechten.