Note 31 — I. DE SCHAT VAN DELOS1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Sinds dien tijd,” hernam Phidias, „is de suffer, dien ge op de straat aan de haven eenzaam hebt zien staan, peinzend voor zich starend, nog veel droomeriger geworden, en wat Alcamenes betreft, hij behoort tot diegenen, die ik het meest boven op het platte dak van het huis aantrof, vanwaar men in het peristylium31 van het aangrenzende huis neerziet, en werwaarts zij van hun werk heensluipen, nu eens onder voorwendsel een ontsnapte vogel of aap op te vangen, dan weder om in de avondlucht zittende zich te verfrisschen, omdat hun, naar zij zeggen, het bloed zoo geweldig naar het hoofd steeg—inderdaad echter, om het snarenspel der Milesische te kunnen hooren.”