Note 28 — I. DE SCHAT VAN DELOS1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Het eene vertoonde eene vrouwelijke gestalte van verhevene schoonheid en bovenmenschelijken adeldom. Zij was omkleed en haar gewaad golfde in breede, schoon vallende plooien tot op de enkels af. Slechts een der beide borsten was onbedekt gelaten. De uitdrukking was strak en streng: niets vrouwelijks was er in de trekken, niets weelderigs in de ledematen, niets bevalligs in de houding. En toch was het schoon. Het was een strenge, eene rijpe en toch jonkvrouwelijke schoonheid. Het was Aphrodite zonder den geur van Crocus- en Hyacynth-bloesems, waarmede de later geboren Chariten28 en boschnymfen van den Ida29 de Goden omkransten. Zij verspreidde nog geen welriekende geuren en geen glimlach plooide nog hare lippen.