Note 24 — I. DE SCHAT VAN DELOS1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Gij herinnert u toch,” vervolgde Phidias, „het marmerblok, ’t welk het Perzische leger over zee met zich mede voerde, om, na onze onderwerping, een Perzisch zegeteeken, uit Perzisch marmer gehouwen, in Hellas op te richten, en dat, toen de barbaren verslagen waren, op het slagveld van Marathon24 in onze handen viel. Na menige omzwerving kwam het kostbare blok in mijne werkplaats terecht, en, zooals u bekend is, Pericles, wenschten de Atheners, dat daaruit een beeld van de Cyprische Godin25 gebeiteld werd, om de Tuinen daarmede te versieren. Geen mijner leerlingen hield ik er beter voor geschikt, dat Agoracritus van Paros26, om door de voltooiing van zulk een beeld zich roem te verwerven, en zoo vertrouwde ik hem, op zijn verlangen, het marmerblok toe, waaruit hij nu een voortreffelijk werk vervaardigd heeft. Maar, een ander van mijne beste leerlingen, de eergierige Alcamenes, benijdde Agoracritus het blok en den roem van zijn arbeid en waagde het, in wedijver met den Pariër, mijn lieveling, zooals hij hem noemt, een marmeren beeld van dezelfde Godin te ontwerpen. Nu is het beeld van beide jongelingen voltooid en een groot aantal kunstlievende mannen is heden in mijn huis bijeen gekomen. Wanneer gij u bij hen wildet voegen, welk een spoorslag zou dat voor die beiden zijn! Komt en ziet, hoe verschillend het ideaal van het goddelijk wezen zich in de ziel van beide jonge mannen heeft afgespiegeld!”