Note 22 — I. DE SCHAT VAN DELOS1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Weet,” hernam Phidias, „de gehelmde, lansslingerende Promachos is sedert geruimen tijd in mijne ziel verdrongen door eene Pallas Athene des vredes; door eene Pallas, die niet meer kampt met kletterend metaal, maar rustig en toch zegevierend met haar blinkend Gorgonenschild22 de geboorten van den nacht versteent. Wanneer ik nu mijn blik op de hoogte van de Acropolis richt, zoo weet, dat ik daar dit beeld, in mijn geest gerijpt, plaats en dat ik een heerlijk, schitterend feestelijk huis daarover welf; dat ik den gevel en den fries van dat huis met honderdvoudig beeldwerk tooi en dat ik zelfs van verre schitterende, prachtige portalen bouw, van den kant, waar de feestelijke optocht der Panathenaeën23 henen trekt. Maar vrees niet, dat ik goud en elpenbeen voor die Pallas Athene des Vredes, en marmer voor dat heiligdom van u zal afsmeeken—neen—ik bouw en versier zoo maar in gedachten—maak u niet ongerust!”