← Table of contents
Aristoteles' Zielkunde

Note 39 — ARISTOTELES’ ZIELKUNDE.

J. M. (Jacobus Maurits) Fraenkel translation

Na deze uiteenzetting willen wij over alle waarneming in ’t algemeen spreken. De gewaarwording gaat door ’t bewogen worden en lijden, zooals gezegd is; want zij is een zekere verandering. Maar sommigen zeggen dat ook het gelijke van het gelijke inwerking lijdt; hoe dit mogelijk of onmogelijk is hebben wij in de algemeene besprekingen omtrent ’t doen en lijden39 gezegd. Er doet zich een moeilijkheid voor, waarom er ook van de gewaarwordingen zelf geen gewaarwording is en waarom (de zintuigen) zonder de dingen van buiten geen gewaarwording tot stand brengen, terwijl ze vuur, aarde en de andere elementen inhouden, waarop de gewaarwording zich richt, op hen zelf of op hun bijkomstigheden. Het is dus duidelijk dat het zintuig niet in bedrijvigheid is, maar slechts in mogelijkheid. Dus is het er mede zoo, gelijk het brandbare niet brandt op zich zelf zonder het verbrandende; anders zou het zichzelf verbranden en niet het vuur in werkelijkheid noodig hebben. Daar wij op tweeërlei wijze spreken van gewaarworden (want wij zeggen dat hetgeen naar mogelijkheid hoort en ziet, hoort en ziet, ook als het slaapt, evenals hetgeen nu bedrijvig is), spreekt men ook op tweeërlei wijze van de gewaarwording, eenerzijds als naar vermogen, anderzijds als in bedrijvigheid en evenzeer van het gewaarworden, naar vermogen en in werkzaamheid. Laten wij nu eerst spreken alsof het inwerking lijden en het bewogen worden en het werkzaam zijn hetzelfde is; want de beweging is een zekere werkzaamheid, die echter onvoltooid is40, zooals elders gezegd is. Alles lijdt inwerking en wordt bewogen door het bewerkende en in werkzaamheid zijnde; daarom laat zich zeggen dat het inwerking lijdt van het gelijke alsook van het ongelijke, zooals wij zeiden; want de inwerking lijdt het ongelijke, maar die geleden hebbende is het gelijk.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings