← Table of contents
Aristoteles' Zielkunde

Note 36 — ARISTOTELES’ ZIELKUNDE.

J. M. (Jacobus Maurits) Fraenkel translation

Nu willen wij ons hiertoe bepalen, dat de ziel van de genoemde vermogens de bron is en zich daarnaar onderscheidt als ’t voedende, gewaarwordende, denkende en de beweging. Of elk daarvan ziel of deel der ziel is, en zoo deel, scheidbaar alleen in begrip of ook in plaats, dat is betreffende sommigen dier vermogens niet moeilijk te zien, maar eenigen geven bezwaar. Zooals immers bij de planten eenigen bij verdeeling blijken te leven, gescheiden van elkaar, en de ziel dus daarin in werkelijkheid één is in elke plant, maar is mogelijkheid meervoudig, hetzelfde zien wij in andere onderscheidingen van de ziel gebeuren bij de gelede dieren als zij doorgesneden worden; immers elk van beide deelen heeft gewaarwording en plaatselijke beweging en met gewaarwording immers ook voorstelling en streven; want waar gewaarwording is, is ook smart en vreugde en waar deze zijn is noodzakelijk ook begeerte. Wat den geest betreft en het denkvermogen is nog niets gebleken, maar het lijkt een ander soort van ziel te zijn en dit alleen kan afgescheiden bestaan als het eeuwige afgescheiden van het vergankelijke. De overige deelen van de ziel zijn, zooals uit het gezegde blijkt, niet afscheidbaar, gelijk sommigen36 zeggen, maar wèl verschillend volgens het begrip; want gewaarwording hebben en vermogen tot oordeelen is verschillend, daar toch gewaarworden verschilt van oordeelen. En hetzelfde geldt van elk van de andere genoemde vermogens. En verder hebben eenige der levende wezens al deze vermogens, sommige sommigen er van en eenigen slechts één—en hierin zal het onderscheid tusschen de levende wezens gevonden worden—; de oorzaak hiervan moeten wij later nagaan. 414a. Hetzelfde geldt voor de gewaarwordingen; sommigen bezitten allen, anderen eenigen, anderen alleen de noodzakelijkste, den tastzin.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings