Note 5 — ARISTOTELES’ ZIELKUNDE.
J. M. (Jacobus Maurits) Fraenkel translation
Vooreerst zat men wel moeten bepalen tot welke kategorie5 de ziel behoort, tot die der substantie, der hoedanigheid, der hoeveelheid of tot een andere der onderscheiden kategorieën. Voorts—wat niet weinig verschilt—of zij aanleg is dan veeleer een zekere werkzaamheid6. 402b. Ook moet men nagaan of zij deelbaar of ongedeeld is en of alle ziel gelijksoortig is of niet; en zoo niet, of zij dan naar soort of naar geslacht onderscheiden zijn. Wie immers nu wetenschappelijk spreken over de ziel, lijken alleen de menschelijke ziel na te gaan.